Geschiedenis

 

 

Geschiedenis van de Telefonie in de stad Groningen

door Lou Middel

 

Deel 1 

Inleiding

 

Op 7 januari 1994 werd het boek 'Kloune in de toeze' gepresenteerd. Dit boekje gaf een beeld van de telefonie in de stad Groningen. Het eerste exemplaar werd in de brasserie van de Korenbeurs te Groningen door onze directeur mr. M. Pieters, overhandigd aan de heer drs. H.G. Ouwerkerk, burgemeester van Groningen.

In zijn voorwoord zei onze directeur o.a., nu kunnen we ons geen van allen meer een wereld zonder telecommunicatie voorstellen.

Voordat dit boekje werd gepresenteerd, was er al heel wat speurwerk vooraf gegaan.

De aanleiding was het honderd jarig bestaan van de telefonie in Nederland in 1881. Het was in Amsterdam waar het eerste telefoonnet van Nederland in 1881 in gebruik werd genomen.

Ik werd destijds in de gelegenheid gesteld om uit te zoeken wanneer in de stad Groningen het telefoonnet in gebruik was genomen.

De vraag was echter waar begin je. In onze eigen archieven was destijds op dit gebied niets te vinden. Kon ook niet want pas op 1-8-1935 werd het telefoondistrict Groningen gevormd(zie deel 20 organisatie. Het onderzoek begon daarom in de eerste instantie in het gemeentearchief van Groningen.

Na heel wat speurwerk kwam ontzettend veel interessant materiaal voor de dag. (periode 1881-1911)

Helaas verzandde het plan om een boekje uit te geven. Ik bleef met al het interessante materiaal zitten. Op een gegeven moment kwam ik in contact met Albert Menting van ons bedrijfsblad. We hebben ons toen in verbinding gesteld met het PTT museum in Den Haag. Bijna gelijkertijd klopte Mark Ramler, een student geschiedenis van de Vrije Universiteit in Amsterdam, eveneens bij het PTT Museum aan. Hij wilde zijn doctoraalscriptie wijden aan een onderwerp uit de historie van de telefonie. Beide plannen werden nu gecombineerd. In 1991 studeerde Mark Ramler af en werd zijn doctoraalscriptie toegankelijk gemaakt voor een breed publiek. 

In 1994 is het boekje Kloune in de touze, meer dan 100 jaar telefonie in de stad Groningen tot stand gekomen door de enthousiaste, deskundige inbreng van:

Bob Hogesteeger, bedrijfshistoricus van de Koninklijke PTT Nederland NV, Rob Korving, conservator telecommunicatie bij het Nederland PTT Museum en Mark Rambler.

Zonder verzamelwoede en het historisch besef was het niet mogelijk geweest dit boekje uit te geven. Studenten van de Academie Minerva bedachten een vlot, modern jasje voor het boekje.

Geraadpleegde bronnen o.a.: 

De Provinciale Groninger krant.

De Nieuwe Groninger courant.

Brieven van de Nederlandsche Bell Telefoon Maatschappij

Zittingsverslagen van de gemeenteraad Groningen.

Brieven van de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid.

Resolutien van Burgemeester en Wethouders.

Brieven van Kamer van Koophandel en Fabrieken te Groningen.

Verslagen van Handel en Nijverheid in de gemeente Groningen.

Tot de vorming van het telefoondistrict Groningen op 1-8-1935,viel de telefonie een groot aantal jaren onder het Ingenieursdistrict Groningen, een onderdeel van de Post en Telegraafdienst Groningen. In het archief van het P en T kantoor aan de Achterweg in Groningen, kwam heel wat interessant materiaal te voorschijn. Zoals o.a. foto’s van telefooncentrales, bouwtekeningen en bestek van het nieuw gebouwde Postkantoor (dit materiaal is later overgedragen aan het gemeentearchief van Groningen).

 

 

Deel 2 

Aanvraag tot het aanleggen van een telephoonnet

 

Het was op 28 juli 1881 dat de Gemeenteraad van Groningen van de Nederlandsche Bell Telephoon het volgend schrijven ontving:

Dat zij thans met uitnemend gevolg en tot groote tevredenheid der geabonneerden in de gemeente Amsterdam een telephoonnet exploiteert krachtens de machtiging haar verleend bij besluit van Z.M. den Koning en concessie haar verleend door de gemeente Amsterdam.

Dat zij vertrouwt dat ook in de gemeente Groningen zich de behoefte aan telephonische gemeenschap zal doen gevoelen.

Daarom aan Z.M. den Koning een machtiging heeft gevraagd tot het aanleggen en onderhouden van voor het publieke bestemde telephoongeleidingen in de gemeente Groningen.

Redenen die adressante er toe leiden U te verzoeken haar die voorwaarden te doen kennen opdat in het belang der burgerij door overleg met adressante de gemeente Groningen spoedig in het bezit moge zijn van een goed bediend telephoonnet.

Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij, Hubrechts.

 

Van de NBTM werd op 11 Mei 1882 een schrijven ontvangen waarbij zij de concessie aanvaarden.

Provinciale Groninger Courant (28-2-1882)

Het kantoor van de NBTM werd gevestigd in het kantoor van het bankiershuis Geertsema, Feith & Co.

Ten einde onze ingezetenen, voor wie de telephoon nog een onbekende zaak is, in de gelegenheid te stellen zich daarmee bekend te maken, werd door de NBTM een proefleiding gemaakt tussen het kantoor van de heeren Geertsema, Feith en Co in het Stalstraatje en den sigarenwinkel van den heer H. Lieftinck in de Gelkingestraat. Voor ieder belangstellende is door de maatschappij dus de gelegenheid geopend om via het kantoor en het sigarenmagazijn deze verbinding te proberen, en er de verlangde inlichtingen te verkrijgen.

 

Nieuwe Groningen Courant (23-3-1883)

Een telefoon in de stad! Het platteland stroomt leeg om dat ding te zien. Oudjes van dagen zullen andermaal het hoofd schudden, zoals zij het deden bij de komst van de stoomboot en spoortrein. Zagen het niet zitten.

 

Groningen 9-5-1883.

Aan B en W te Groningen

Heden hebben wij NBTM ons Centraal-bureau gevestigd Groote Markt 18, op de hoek Grote Markt en Herestraat, boven café de vriendschap J. Emmelkamp, (het zogenaamde Blokhuis) geopend en in exploitatie gebracht. Op het dak was een stellage gebouwd van waar uit de telefoondraden naar de nog te plaatsen palen liepen. Alles ging dus bovengronds.

 

Verslag van de toestand der gemeente Groningen 1883

In enkele straten en op sommige pleinen werden door de NBTM palen geplaatst ten behoeve van de telefoondraden. Zooveel mogelijk hebben wij getracht te waken tegen ontsiering der straten en pleinen, die voor de plaatsing van de palen in aanmerking moesten komen, terwijl het aantal palen tot een minimum is beperkt

 

Op 1 November 1883 opende de NBTM hier ter stede hare werkzaamheden met plm 60 geabonneerden. De abonnementsprijs is bepaald op f 120 per jaar. De dienstregeling voor het Centraal –bureau werd als volgt vastgesteld. Op de werkdagen van 8 uur ’s-morgens tot 10 uur ’s-avonds. Op de zon-en feestdagen van 8 uur 's-morgens tot 6 uur des avonds.

 

 

Deel 3 

Vergunning verleend door de Minister aan de N.B.T.M.

 

Op 3 Oktober 1881 werd door de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid (afdeling Telegrafie), namens den Koning aan de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij, gevestigd te Amsterdam onder bepaalde voorwaarden vergunning verleend tot den aanleg en het gebruik van voor publiek verkeer bestemde electrische geleidingen, in de gemeente Groningen.

Alvorens met den aanleg der elektrische geleidingen te beginnen, goedkeuring van de minister betreffende het ontwerp daarvan.

Voor zover de lijnen of de dienst van den Rijkstelegraaf daarbij betrokken zijn, zich te gedragen overeenkomstig de aanwijzingen te dien aanzien door de met toezicht belaste Rijksambtenaren.

De geleidingen en verdere inrichtingen, daar toe behorende, zijn te allen tijde toegankelijk voor de ambtenaren, door den voornoemde minister met toezicht belast.

 

 

 

Deel 4 

Vergunning verleend aan de N.B.T.M. door de Raad der gemeente Groningen

 

Door de Raad der gemeente Groningen werd op 12-11-1881 aan de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij onder bepaalde voorwaarden vergunning verleend, voor den tijd van 15 jaren, in te gaan op den dag, waarop deze concessie door de belanghebbende wordt aanvaard, het uitsluitend regt tot aanleg en exploitatie van voor het publiek bestemde telephonische verbindingen in de gemeente Groningen, alsmede tot bevestiging dier verbindingen aan de eigendommen der gemeente.

Alvorens deze concessie werd verleend was er voordien een briefwisseling geweest met de gemeente Amsterdam, over de door hen verleende concessie voorwaarden aan de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij.

Verder vonden er over en weer veel briefwisselingen plaats met de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij.

Ook vonden er heel wat Raadszittingen plaats van Burgemeester en Wethouder en de gemeente Raad (te veel om op te noemen, deze verslagen en verdere briefwisselingen zijn in mijn bezit).

 

 

Deel 5 

Aanvaarden concessie door de N.B.T.M.

 

Op 11 Mei 1882 ontvingen Burgemeester en Wethouders der Gemeente Groningen het volgende schrijven van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij.

Naar aanleiding van de voorwaarden waarop aan onze Maatschappij concessie wordt verleend tot den aanleg en dat van exploitatie van voor het publiek bestemde electrische geleidingen in de gemeente Groningen, hebben wij de eer U te berichten dat wij die concessie aanvaarden.

Voor de gemeente Groningen werd domicilie gekozen ten kantore der Heeren Geertsema, Feith en Co, Stalstraatje A Nº9.

Ten einde de ingezetenen, voor wie de telephoon nog een onbekende zaak is, in de gelegenheid te stellen zich daarmee bekend te maken, werd door de Nederlandsche Bell telephoon Maatschappij een proefleiding gemaakt tussen het kantoor van de heeren Geertsema, Feith en Co in het Stalstraatje en den sigarenwinkel van den heer H. Lieftinck in de Gelkingestraat. Voor ieder belangstellende werd door de maatschappij dus de gelegenheid geopend om via het kantoor en het sigarenmagazijn deze verbinding te proberen, en er de verlangde inlichtingen te verkrijgen.

 

 

Deel 6 

Vestiging Centraalbureau Grootemarkt 18

 

Op 9-05-1883 werd het Centraal Bureau van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij gevestigd in het zogenaamde Blokhuis Groote Markt 18 geopend en in exploitatie gebracht (tot kantoor diende de boven-etage van de manufacturenwinkel van Gronover, Kemler & Co).

Boven op het dak werd een hekwerk geplaatst. Van hieruit werden de telephonische geleidingen in een aantal richtingen naar steunpunten geleid.

Aan de gemeente eigendommen werden de draden bevestigd aan het Stadhuis, het gebouw hoek Guldenstraat en Grootemarkt en het Beursgebouw. Verder werd vergunning gevraagd tot het plaatsen van een paal in de Pelsterstraat, een paal in de Haddingestraat, zes palen aan het Damsterdiep en zes palen aan de Spilsluizen.

In verband met het kleine aantal geabonneerden (5) werd de dienstregeling, dat zijn de uren waarop verbindingen kunnen worden aangevraagd en gemaakt, te bepalen op den tijd van 9 uur ’s-morgens tot 5 uur ’s-avonds.

Naarmate de werkzaamheden vorderen en 40 geabonneerden worden aangesloten, de dienstregeling te stellen op den tijd van 8 uur des morgens tot 10 uur des avonds.

 

 

Deel 7 

Administratie

 

Op 1 november 1883 opende de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij hier ter stede hare werkzaamheden met plm 60 geabonneerden. De abonnementsprijs werd bepaald op f 120 per jaar. Het voordeel en gemak, dat de aansluiting aan het telephoonnet oplevert, zal toenemen, naarmate het aantal geabonneerden toeneemt. Er bestaat wel reden dit te verwachten, te meer, daar door de slechting der wallen de afstanden hier ter stede geleidelijk grooter worden en de waarde van tijdsbesparing zich dus allengs zeer zal doen gevoelen. De dienstregeling voor het Centraal bureau is als volgt vastgesteld.

Op de werkdagen van 8 uur des morgens tot 10 uur des avonds.

Op de zon-en feestdagen van 8 uur des morgens tot 6 uur des avonds.

 

Tot Administrateuren voor de gemeente Groningen zijn aangesteld:

de heeren J.Schilthuis U Gzn,

Jb. Van Houten

Mr. R. Feith (Zuidersingel)

Met bevoegdheid aan ieder hunner, om namens de vennootschap: abonnementscontracten te sluiten, de abonnementsgelden in ontvangst te nemen en daarvoor kwijting te verlenen.

 

 

Deel 8 

Ingezonden stukken

 

Op 25-1-1884 werd aan de besturen van de vereniging van handelaren in overweging gegeven of het niet op hun weg ligt te zorgen, dat de telephoon meer ten nutte wordt gemaakt voor handel en nijverheid.

Algemeen hoort men, ik zou mij wel aansluiten, maar vind f 120 te duur. 

Hier zijn aangesloten:

12 graanhandelaren, 12 of 13 effectenhandelaren, 2 galanterie winkels, 2 stalhouders, 2 notarissen, 3 drukkers, 1 advocaat, 3  houthandelaren en 2 expediteurs.

Zou het niet in het belang zijn van de Bell Telephoon Maatschappij wanneer zij haar prijs op f 60 stelde? Nu wordt het nog als weelde beschouwd omdat men voor f 120 ’s-jaars een loopjongen of 2 loopmeisjes kan krijgen. Wanneer de Maatschappij het abonnement op f 120 blijft houden, men al heel spoedig zal ervaren dat haar ledental vermindert. Het is zelfs zo, dat, wanneer men op de korenbeurs een telegram brengt, die niet per telephoon wordt overgebracht, een besteller nog heen en weer moet loopen om de berichten over te brengen. Genoemde vereniging wordt verzocht zich de zaak willen aantrekken om zich per adres tot de Maatschappij te wenden.

 

 

Deel 9 

Vergaderingen

 

In februari en maart 1884 werden bijeenkomsten gehouden ten huize van den heer van der Sluis (in het huis der Beurs) voor belangstellenden in den telephoon. Men wilde een poging aanwenden om door tariefsverlaging tot f 60 per jaar, meer belangstellenden te interesseren voor den telephoon.

De heer Kater wees op de antihandel stijl, die men in Groningen toepast op alle nieuwe zaken. Er werd een commissie benoemd die deze kwestie met de Maatschappij ging bespreken.

Dit vond geen gehoor bij de Maatschappij die berichtte dat voorshands niet tot prijsverlaging zal worden overgegaan. Eene nadere bijeenkomst, ten einde de middelen te bespreken waardoor de verlaging kon worden verkregen, wordt als doelloos beschouwd.

Op 1 April 1887 vond er in huize de Beurs opnieuw een bijeenkomst plaats voor belangstellenden in den telephoon.

Aanwezig waren:

de heer dr. H.F.R. Hubrechts, directeur der N.B.T.M.

de heeren J.Schilthuis U Gz, Jb van Houten en mr.R.Feith, administrateuren der afdeeling Groningen.

Inmiddels was de abonnements prijs verlaagd van f 120 naar f 60 per jaar. Die f 60 hadden nog niet zoo veel te beteekenen, als men er iets voor had. Die som is evenwel te duur voor Groningen en daarom sluit zich bijna niemand meer aan. De aangeslotenen voor f 60 hebben minder dan Leeuwarden en Enschede voor f 35 en f 30.

De heer Kater verklaarde dat de enige reden was waarom men met een lager bedrag niet uit kan, gelegen is in haar duur beheer. Leeuwarden en Enschede hebben geen dure ingenieur, geen controleur, geen chefs of sous-chefs. Leeuwarden heeft slechts een technicus en een timmerman, en alles gaat best.

 

 

Deel 10 

Intercommunaal telefoonverkeer

 

Met ingang van 20-10-1891, werd met machtiging van den minister van Waterstaat, Handel en Njverheid, geabonneerden die in de gemeente Groningen zijn aangesloten aan het Centraal bureau, tegen betaling van f 10 per jaar, de bevoegdheid gegeven gesprekken te voeren met de geabonneerden in de gemeente: Amsterdam, Haarlem, Zaandam, Rotterdam, Dordrecht, den Haag, Schiedam, Utrecht, Baarn, Hilversum, Bussum, en Arnhem en telegrammen per telephoon op te geven en te ontvangen naar het bestaande tarief, zijnde f 0.50 voor elk gesprek van 3 minuten, en f 0.05 voor elk opgegeven of besteld telegram.

Journalisten van de Provinciale Groninger courant werden door de Heeren administrateuren der Maatschappij in gelegenheid gesteld met de verschillende centraal bureaux en geabonneerden in de genoemde gemeenten een gesprek te voeren.

Inderdaad merkwaardig was het hoe duidelijk men ieder woord verstaan kon. Getallen, zoo fluisterend uitgesproken, dat zij voor de in de kamer aanwezige personen nauwelijks hoorbaar waren, werden door een geabonneerde in Rotterdam als bewijs, dat hij ze duidelijk verstaan kon, zonder eenige fout weer medegedeeld.

Zegt men vaak: "afstanden verdwijnen", deze aansluitingen kunnen de waarheid van dat gezegde bewijzen.

Met een persoon te Rotterdam en te Arnhem een gesprek te kunnen voeren en daarbij zelfs iemands stem te kunnen herkennen, inderdaad de wetenschap heeft het ver gebracht.

 

 

Deel 11 

Verleende concessie

 

In mei 1897 verstreek het tijdvak van vijftien jaren door de gemeente Groningen aan de N.B.T.M verleende concessie.

De vraag werd gesteld of de exploitatie der telephonie in de gemeente Groningen van gemeentewege behoorde te geschieden of weer bij wijze van concessie aan anderen behoorde te worden opgedragen.

Men was niet tevreden over de N.B.T.M. De abonne’s worden aan het Centraal bureau verbonden door enkele ijzeren of stalen geleiddraden en de aarde wordt als terugleiding gebezigd. Zoowel wat de wijze betreft waarop zij zijn aangebracht, als wat het materiaal aangaat waarvan zij zijn vervaardigd. Deze verbindingen zijn geheel verouderd. Directeur der gemeentewerken acht dubbele geleidingen van bronsdraad, van dikte en samenstelling onmisbaar. Van de thans in de huizen der abonnees zich bevindende toestellen zijn geheel verouderd. Voorts blijkt de installatie in het Centraal-bureau zeer veel te wensen overlaat. Wanneer met de N.B.T.M. een nieuwe overeenkomst wordt aangegaan, zal de tegenwoordige inrichting zoo goed als geheel vernieuwd moeten worden.

In een schrijven van de heer Hubrechts van de N.B.T.M. gericht aan den Raad van de gemeente Groningen, zegde hij toe niet te aarzelen die verbeteringen aan te brengen, die nodig zouden zijn om onze inrichting te allen tijde aan hoge eischen van techniek te doen beantwoorden. Voorts alle toestellen door nieuwe te vervangen, het gehele net van bronsdraad te voorzien en de centrale inrichting voor dubbele geleidingen geschikt te maken.

N.a.v. deze toezegging werd met de N.B.T.M. een overeenkomst gesloten, waarbij hare concessie voor den tijd van 15 jaren werd verlengd.

 

 

Deel 12 

Verlenging concessie

 

19-7-1897 Onder de voorwaarden waarbij de concessie werd verlengd, behoorde in de eerste plaats, dat het net volgens de thans geldende regelen der techniek met dubbelgeleidingen zou worden aangelegd. Eerder vormde de aarde zowel in de woningen der geabonneerden als op het centraalbureau een deel van den stroomketen. Thans beschikt het net over een volmaakt metalen stroomkring. Dat het verdubbelen der luchtgeleidingen met het dubbel aantal draden, op de bestaande palen en stellingen niet te volvoeren was, zal duidelijk zijn.

Het grootste gedeelte van het nieuwe net is dan ook door kabel aanleg ondergronds uitgevoerd.

De hiervoor gebruikte kabels bevatten 112 of 56 koperdraden, welke paarsgewijze in lange spiralen geslagen ter voorkoming van lading zodanig door papier zijn geïsoleerd, dat eene luchtruimte nog overblijft. Verder zijn deze kabels omgeven door eene dubbele compositiebuis, die weder door een mantel van staaldraden beschermd wordt.

De kabels zijn van uit het centraal-bureau in 4 richtingen gelegd, n.l.

1e van het centraal-bureau over de Groote Markt en door de Poelestraat naar het Schuitendiep

2e van het centraal-bureau door de Heerestraat en over het Heereplein naar het terrein der staats spoorweg-maatschappij

3e van het centraal-bureau naar een kabelhuisje ter zijde der korenbeurs, waar zij vertakken in kabels door de Stoeldraaierstraat naar het gebouw der Harmonie en in kabels door Brug-Astraat naar den Westersingel     

                4e van het centraal-bureau over de Groote Markt en door de O-Ebbingestraat naar de Spilsluizen.

De totale lengte der draden in deze kabels bedraagt bijna 300 Km.

Van de kabeluiteinden worden de draadgeleidingen uit daartoe geplaatste kabelkasten naar stellingen en palen opgevoerd.

Het bovengrondse net werd uitgebreid met de bijplaatsing van 38 ijzeren palen van 7 tot 14 meter, van 152 houten palen van 7 tot 26 meter, van 2 dubbele pijpstellingen en 7 enkele pijpstellingen, zoodat het aantal ijzeren palen thans 39, dat de houten palen 192 en dat de stellingen 27 bedraagt.

Ook de bestaande luchtleidingen werden, voor zover zij in gebruik bleven, geheel vernieuwd.

Alle ijzerdraden werden door siliciumbronsdraden van 1½ mm rustende op nieuwe dubbel klok vormige isolatoren, vervangen.

Ongeveer 150 Km siliciumbronsdraad en bijna 5000 isolatoren werden verwerkt.

In de woningen der geabonneerden werden alle toestellen door toestellen van de nieuwste constructie vervangen.

 

 

Deel 13 

Overname intercommunale telefoonlijnen

 

Op 1 Oktober 1897 nam het Rijk de exploitatie der Intercommunale telefoonlijnen over van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij.

Het Rijkstelegraafkantoor (voordien gevestigd in het Provinciehuis) werd op 25 september 1897 overgebracht naar een gedeelte van de voormalige militaire kazerne aan de Kattenhage. Ook de intercommunale telefoonlijnen werden hier onder gebracht.

Voorts vond er een tariefwijziging plaats, waarnaar in de eerste plaats door den handel met verlangen werd uitgezien.

Naar aanleiding van een inkomen klacht van de firma Biegel en Co, vond er op 21 October 1897 een vergadering plaats van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Deze klacht ging ondermeer over veelvuldige storingen in het Intercommunale telephoonverkeer.

Deze klachten werden gemeld aan de Directeur Generaal der P en T te 's-Gravenhage. De Drg der P en T geeft de verzekering, dat van de zijde der Rijkstelegraaf Administratie al het mogelijke zal worden gedaan, om de opheffing van storingen te bespoedigen, terwijl, nu ook de exploitatie der intercommunale telephonie van rijkswege plaats vindt, met de meeste zorg wordt nagegaan, in welke richting uitbreiding van verbinding vereischt wordt.

 

 

Deel 14 

Nieuwe multiple verbindingstafels

 

Op zaterdag 11 Juni wordt de telephoondienst op het Centraal-bureau (Blokhuis) vanaf 10 uur, 's avonds en op Zondag 12 Juni den geheelen dag gesloten.Op die dag worden de tegenwoordige verbindingstafels vervangen door nieuwe multiple verbindingstafels. De werkzaamheden zullen zoo worden geregeld, dat naar alle waarschijnlijkheid de telephoondienst op den volgende dag Maandag 13 Juni a.s. des morgens ten 8 ure, zal kunnen worden hervat.

Tengevolge van de nieuwe inrichting van het Centraal-bureau komt er echter eene verandering in de wijze van oproepen door de geabonneerden. Voordien was men steeds gewoon om, nadat men het Centraal-bureau opgeroepen had en medegedeeld had met wien men wenschte te spreken, het "voorwaarts" van de telefoniste af te wachten, om daarna opnieuw op te schellen en te wachten totdat de opgeroepene aan zijn toestel kwam.

Vanaf Maandag 13 Juni a.s heeft de geabonneerde:

  1. alleen het Centraalbureau op te schellen
  2. aan de telephoniste mede te deelen met wien hij wenscht te spreken, door slechts het nummer op te geven
  3. te wachten aan het toestel met de telephoon aan het oor totdat de opgeroepenen zich meldt. Daarna kan het gesprek onmiddellijk aanvangen.
  4. na afloop van het gesprek op de gewone wijze af te schellen door de kruk ter zijde van het toestel eenmaal kort om te draaien.
  5. Het "voorwaarts" van de telephoniste vervalt dus, en ook het opschellen door den geabonneerden van degene met wien hij wenscht te spreken vervalt. Wordt het oproepen voor de geabonneerde daardoor veel vereenvoudigd, in het belang van een goeden en snellen dienst noodigen wij onze geabonneerden uit zich stipt naar deze handleiding voor het gebruik van de telefoon te gedragen.

Niet de namen, maar uitsluitend de nummers van de geabonneerden met wie men wil spreken, aan de telephoniste van het Centraal Bureau moeten worden opgegeven.

 

 

Deel 15 

Nieuw Post- en Telegraafkantoor

 

Op 17-1-1899 bericht de Inspecteur der Telegraphie aan de Directeur-Generaal Post- en Telegrafie:

Om de terreinen van het tegenwoordige Academisch Ziekenhuis alhier, nadat het thans in aanbouw zijnde nieuwe ziekenhuis gereed zal zijn, uiterlijk in 1902 te bestemmen voor de stichting daarop van een nieuw Post- en Telegraafgebouw. De terreinen zijn naar het mij voorkomt gunstig gelegen in de nabijheid van die straten en havens die het meest nijvere gedeelte van de stad Groningen uitmaken, vele koopmanskantoren en pakhuizen zijn in den omtrek daarvan gevestigd en de meeste scheepvaart con­centreert zich in de naaste omgeving.  Zoowel het Post- als het Telegraafkantoor zou in die omgeving zeer goed geplaatst zijn. Het postkantoor gelegen in het Poststraatje niet veel meer dan een steeg, waar 2 rijtuigen elkander niet kunnen passeren en waar, wanneer de postkar voor den ingang van het kantoor staat, deze tegen den muur moet worden geplaatst, opdat de passage niet worden belemmerd.

Het terrein beslaat eene oppervlakte van 41,08 are en is eigendom van het Rijk, zoodat het niet noodige zal zijn vele duizenden te besteden voor den aankoop van grond. Het is aan 3 zijden bereikbaar en leent zich dus bij uitstek voor de vestiging van een Post- en Telegraafgebouw. De straat Mun­nekeholm niet overal even breed, kan zeer gemakkelijk worden verbreed, daar het terrein genoegzaam ruimte aanbiedt om het gebouw eenigszins achteruit te plaatsen en dus de straatbreedte te verdubbelen.

 

2

Het Telegraafkantoor daar en tegen tot heden gevestigd op een ongunstig punt (Kattenhage) zou zeer zeker in plaats vooruitgaan. Het meest telegraferend deel der ingezetenen woont of heeft zijn kantoor in dat gedeelte der stad waar dan het telegraafkantoor zou komen.  

Naar aanleiding van dit schrijven en diverse bijeenkomsten tussen verschillende partijen, werd in Mei 1907 de Rijksbouwmeester

C.H. Peters, handelde voor het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie vegunning verleend tot het oprichten van een gebouw bevattende een Post-en Telegraafkantoor met directeurswoning, op een terrein gelegen op de hoek van de Munnekeholm en Schuitemakersstraat te Groningen.(bestek en bouwtekeningen die in mijn bezit waren, overgedragen aan het gemeente archief te Groningen)

 

 

Deel 16 

Opening nieuw Post- en Telegraafgebouw

 

Op donderdag 15 april 1909 werd het nieuwe Post- en Telegraafgebouw in het Munnekeholm in gebruik genomen.

Gistermiddag hebben de leden van de Kamer van Koophandel en de menschen van de krant een kijkje mogen nemen in het nieuwe mooie gebouw.

Zooals gezegd het is een mooi gebouw en er is veel moois in.

De dienstvertrekken die uit den aard der zaak voor het publiek verboden terrein behooren te blijven, geheel naar de eischen des tijds zijn ingericht.

Boven b.v. zullen de telegraafbeambten en de dames van de Rijkstelefoon niet weten wat hun overkomt bij de verhuizing van hun oude kazerne naar de zoo bijzonder mooie, frische, ruime, lichte vertrekken. Daar zullen ongetwijfeld de Morse- en Hughes toestellen nog harder dan voorheen tikken en snorren en zullen de telefonisten nog vroolijker dan thans haar "hallo's" de wereld inroepen. Daar zullen in de cursuskamer de jonge telegraafambtenaren nog eens studeren.

Beneden is het al eveneens een keurig ingerichte zaak. En aangezien het publiek daar wel toegang zal hebben, althans in de groote vestibule, zullen wij daar bij het begin beginnen. Er is een deur, of eigenlijk er zijn vier deuren waardoor men binnen komt.

Na die binnenkomst door die vier deuren zullen de volgende week onze goede Groningers hun handen ineen slaan van verbazing. Een groote vestibule bevloerd met grijs en witte vloertegels, versierd met wapens en kleurige wand tegeltjes, gekroonde W's en aardige beeldjes, met een overkapping van matglas die een prettig licht naar binnen laat. En midden onder die overkapping lessenaars met zestien "elegante staanplaatsen". Een lessenaar met zitplaats is er, die is voor den wachter die waakt voor de goede orde. Rondom de vestibule zijn de dienstvertrekken door hek-of rasterwerk van de vestibule gescheiden. Rechts om den hoek het lokaal voor de afgifte van telegrammen en de twee spreekcellen voor intercommunaal telefoonverkeer.

Links komt in de eerste plaats het bureau voor den directeur der posterijen, waarnaast de lokalen waar in hoofdzaak de geldzaken behandeld worden, n.l. voor postwissels, kwitantiën, spaarbank en verzekering. Aan de rechterzij de lokalen voor frankering, pakketpost. Vooral aan deze zijde zijn het natuurlijk heel ruime lokalen. Er is heel wat te doen met het uitzoeken, stempelen, sorteren enz van brieven en pakketten. In den hoek schuin tegenover den ingang vindt men het loket dat voor het publiek misschien van het aller grootste belang is, het loket voor zegel verkoop, terwijl direct daarnaast een brievenbus in fraaie tegeltjes is aangebracht.

Onmiddellijk daarnaast aan den zuidwand van de vestibule is een inrichting die een groote verbetering in den huidigen toestand heeft gebracht. Daar zijn de postboxen. Menschen die het busrecht hebben zullen voortaan zich zelf dus kunnen bedienen bij het halen van post. Dat zal een van de groote verbeteringen zijn.

Er is nog veel in de nieuwe inrichting dat vermeldenswaard is.

Zoo, om maar iets te noemen, de toestellen voor centrale verwarming, de ventilatoren die versche lucht in het gebouw blazen, onzuiver er uit zuigen.

Die rondgang heeft twee uren geduurd en wij mogen echter nog wel eens zeggen dat de nieuwe inrichtingen hoek Munnekeholm een groote aanwinst voor onze stad zal blijken te zijn.

 

 

Deel 17 

Het gehavende telefoonnet

 

24-1-1908 De rijp, die nu al gedurende vier dagen zwaar rust op de telefoondraden, heeft een verwoesting van groote afmeting aangericht.

De dunne telefoondraden geleken tenslotte wel kabeltouwen. Maar tegen zoo'n zware ijsvracht bleken zij niet bestand. Zelfs telefoonpalen bleken niet voor het enorme gewicht der in hun top samenkomende, overstrakke draden, berekend. Het ijzeren raam op de paal bij de Ebbingebrug gaf het eerst mee, de draden aan de zuidzijde knapten af. Het raam, thans van één zijde zijn steunpunt missende, werd door de groote zwaarte der noordelijke draden naar die zijde getrokken, het boog geheel om en weldra knapte met dof gekraak de houten paal zelf doormidden. De val van den reus was echter oorzaak dat zoo goed als het gehele noordernet werd verstoord. De ijzeren ramen op de houten palen, achtereen volgens in de Marktstraat, de Noorder- en de Zuiderkerkstraat, de telefoonramen op de Gemeente Hoogere Burgerschool en de Ambachtschool, die nu allen den steun der zuidelijke draden misten, bogen naar het noorden om tot de draden steun vonden op de daken der naburige huizen. De telefoonpaal in de Butjestraat, van zijn noordelijke steun beroofd, vertoonde groote neiging naar het zuiden over te hellen. Met het oostelijk telefoonnet is het niet veel beter gesteld. De paal bij de Steentilbrug deed de hele morgen al gevaarlijk, het ijzeren raam erop was geheel verwrongen, draden knapten af en toe af en hedenmiddag sloeg het gevaarte met den punt in het dak van het hoekhuis, bewoond door den heer Boekholt, neer. De paal is bij den grond afgebroken en heeft het gehele verkeer voor voertuigen over het Damsterdiep gestremd.

Voorts bezweek met donderend geraas de geheele bundel van draden, die bevestigd was aan den telephoonpaal, welke staat aan de Noordzijde van de Spilsluizen bij de Ebbingebrug.

En het duurde niet lang of de houten paal, die toen aan eene zijde zijn steunpunt miste, werd door de zwaarte van de naar het noorden loopende draden omgetrokken en viel, doormidden gebroken, tegen een der daar staande boomen, waar hij gelukkig bleef hangen.

Het gevolg was, dat nu de onderlinge steun in dit gedeelte van het net verbroken was, de in de Marktstraat en de Zuider en Noorderkerkstraat staande houten palen werden scheef getrokken en hunne ijzeren kronen afbraken.

Witte kabeltouwen over de straat gespannen en grote tunnels van draden de mistbergen doorboren, het lijkt of een reuzen breister haar wol heeft gespannen over alle uitsteeksel van Groningen. Zo lijkt het een kloune die in de toeze is.

Elders wijst een dikke, witte lijn naar het kantoor. Op het kantoor zit de telefoniste met de handen in het haar. De stem van de telefoon-juffrouw die anders zoo vriendelijk kan komen na lang wachten, blijft hangen in het verwarde kluwen. Zijn stem is die eens telefoneerden, in de toeze (Zo is men aan de naam van het boekje Kloune in de Toeze gekomen).

Een opzichter bij de telefoonmaatschappij verklaarde, dat tegen een rijp, zooals die van de laatste dagen, geen telefoondraad bestand is.

Naar het liet aanzien zou met het herstellingswerk minstens twee, maar waarschijnlijk wel drie weken zouden zijn gemoeid.

Vele zullen dus wel eenige tijd van telefonische gesprekkken verstoken of verschoond blijven.

 

 

Deel 18 

Een jubilares

 

Op Woensdag 12 mei 1915 wapperde de nationale driekleur uit dat gedeelte van het Postkantoor, waar de bureaux van de Nederlandsche Bell Telefoon Maatschappij gevestigd zijn.

Mejuffrouw T. Lameijer heeft vandaag onder veel belangstelling den dag herdacht, waarop zij 25 jaar geleden bij de Ned. Bell Telefoon Maatschappij in dienst trad. Van deze 25 jaar was zij ruim 20 jaar chef telefoniste. Zij komt dus met het publiek minder in aanraking dan de andere dames telefonisten, tenzij men een klacht heeft.

Nu heeft natuurlijk bijna niemand ooit eene klacht over de bediening van de telefoon.

Maar als men er eene heeft, dan weet men dat mejuffrouw Lameijer met de meeste voortvarendheid al het hare doet om te bevorderen, dat de reden tot klagen weggenomen wordt.

Heeft zij dus aanspraak op waardeering van het publiek, door degenen, die met haar in de lokalen der telefoon samenwerken wordt zij geacht en gewaardeerd om haar kameraadschappelijken deugden.

Dat is vandaag ondubbelzinnig gebleken.

Per rijtuig werd zij van huis gehaald en naar een smaakvol versierd vertrek geleid, waar zij ten overstaan van het dames en heeren personeel hartelijk en waarderend werd toegesproken door de twee sous-chefs mejuffrouw K. Pluister en den opzichter den heer Steenkamp. Eerstgenoemde bood de jubilaresse namens de dames een stoel, laatstgenoemde namens de heeren een schemerlamp aan.

Ook werd mejuffrouw Lameijer met bloemen gehuldigd, o.a. van den ingenieur en den inspecteur der Ned. Bell Telefoon Maatschappij te Amsterdam. Hedenmiddag half vier werd mej. Lameijer persoonlijk gefeliciteerd door mr J.H. Geertsema, waarnemend administrateur, die haar namens de Maatschappij dank zegde voor de vele goede diensten, die zij gedurende de 25 jaar had bewezen en overreikte haar met een toepasselijk woord een gesloten couvert van de directie van de Maatschappij uit Amsterdam.

 

 

Deel 19 

Overname telefoonnet van de Bell Telephoon Maatschappij

 

Op de 12de Mei 1912 liep de concessie der Bell Telefoon-Maatschappij af. Door de Burgemeester en Wethouders van de gemeente Groningen werd het advies der Kamer gevraagd omtrent de wenschlijkheid om bij die gelegenheid tot exploitatie van overheidswege over te gaan. De Kamer verklaarde zich vóór exploitatie van Overheids- en wel van gemeentewege. Overneming van de concessie door de Regering aan de Bell-Telefoon-Maatschappij verleend, scheen der Kamer daarvoor de meest aanbevelingswaardige weg.

Krachtens tusschen de Maatschappij en den Staat gesloten overeenkomst ter zake geschiedt de exploitatie tot 1 Januaari 1916 nog voor rekening van de Bell Maatschappij ten genoegen van den Minister van Waterstaat.

Op 1 Januari 1916 gingen de telefoonnetten van de Bell Telephoon Maatschappij over in handen van de Staat.

Aan de Bell periode kwam dus na een periode van 32 jaar een einde.

 

 

Deel 20 

De nieuwe telefooncentrale

 

29-6-1911 Vanaf half Januari tot nu toe is voortdurend gewerkt aan de verplaatsing van het Centraal bureel van de Bell Telephoon Maatschappij naar het Post- en Telegraafkantoor.

In den nacht van Zaterdag op Zondag zal de verbindingsdienst van de oude naar de nieuwe centrale plaats hebben. Die nacht zal dus niet getelefoneerd kunnen worden. Waarschijnlijk zullen een betrekkelijk gering aantal abonnees ook Zondag hun telefoon niet kunnen gebruiken.

 

Maandag zal alles in orde zijn. Voor de abonnees is, zooals men weet, de voornaamste verandering, dat ze niet meer behoeven te bellen, enkel het oplichten van de gehoorbuis van de kruk is voldoende om de juffrouw te doen weten dat men een verbinding wenscht. In den beginne zal dit misschien ongewoon worden, de belkruk zal echter worden vastgezet tot de oude toestellen successievelijk door nieuwe, die voor het nieuwe systeem geheel ingericht zijn, vervangen worden.

 

Hedenmorgen werden we in staat gesteld de inrichting der nieuwe gebouwen in oogenschouw te nemen. De heer Warning, ingenieur van de Bell-Telefoon Maatschappij, en de opzichter, de heer Steekamp, waren zoo vriendelijk de noodige explicaties te geven. De vertrekken van de nieuwe centrale zijn gelegen boven het postkantoor aan de Zuidzijde.

Op de eerste verdieping is, behalve de vertrekken van de ingenieur, allereerst de bewaarplaats voor de nieuwe toestellen, welke niet als de vroegere van houten, doch van ijzeren kastjes zijn voorzien.

 

Daar de stroom wordt toegevoerd rechtstreeks van het centraal bureau, zijn in deze toestellen geen elementen aanwezig, waardoor ze van geringeren omvang zijn. Naast de bewaarplaats is de kamer waarin de accumulatorenbatterijen (er zijn er twee) zijn opgesteld.

Deze kamer is met het oog op de ontkiemende zuurdampen door twee deuren afgesloten van de gang.

In de machinekamer zijn geplaatst een dynamo voor het laden van de accumulatoren en twee die kunnen zorgen voor de verlichting etc. Volgt nu de kamer waar de eigenlijke geleiding langs gaat.  

Er is hier ruimte en capaciteit voor 7000 aansluitingen. Alles is in gereedheid voor 2250 aansluitingen, terwijl er om en bij de 1400 zijn. Boven, op de derde verdieping is het eigenlijk bureau. Daar staan de tafels, waarvoor de telefoonjuffrouwen de verbinding  tot stand zullen brengen.

Een tafel is voor het intercommunaal verkeer, de andere zijn voor het stadsverkeer. De dames worden door lampjes gewaarschuwd dat een abonnee een verbinding wenscht. Door een lampje zien ze dat de verbinding tot stand is, op dezelfde manier merken ze ook dat ze de verbinding kunnen verbreken.

De chef telefoniste kan aan een aparte tafel controleren of alles goed gaat en of voor de aansluitingen en het afbreken der verbindingen zorg gedragen wordt. Boven op het dak boven de telefoonzaal is een torentje geplaatst, van hieruit lopen de luchtlijnen naar de steunpunten.

Door een kelder loopen de kabels waardoor de draden naar de verschillende wijken en huizen vervoerd worden.

De heele inrichting is een wonder van vernuft.

Het zeer ingewikkeld stelsel zal misschien in den beginne eenige moeilijkheden opleveren; echter zal dit niet lang duren. Weldra zal alles werken, we zullen aan het nieuwe systeem wennen, tot op een goeden dag ook dit onvoldoende blijkt en de burgers van Groningen automatisch  met elkaar verbonden worden.

 

 

Deel 21 

Landelijke organisatie

 

Bij Koninklijk besluit van 29 maart 1897, werd het Telegraafnet, wat de technische dienst betreft, verdeeld in 3 ingenieursdistricten. Aan het hoofd van elk district is een ingenieur der Telegrafie geplaatst. De ingenieursdistricten zijn onderverdeeld in sectiën. Voor elke sectie is een afzonderlijke opzichter aangewezen.

De ingenieursdistricten zijn: Amsterdam, ′s-Hertogenbosch en Zwolle.

Het district Zwolle bestaat uit de sectiën: Groningen, Leeuwarden en Zutphen en Zwolle.

De vereiste nieuwe instructiën voor de Ingenieurs en Opzichters, werden vastgesteld.

Het gevolg van deze regeling is, dat de Inspecteurs niet meer zijn belast met de technische aangelegenheden van de aanleg en het onderhoud van lijnen en draden, en dat het onderhoud van toestellen en de technische inrichtingen op de kantoren aan de Ingenieurs, onder medewerking en instemming van de Afdelingsinspecteurs, is opgedragen.

 

Op 1-8-1901 werd het aantal Ingenieursdistricten, omdat door de grote uitbreiding van het aantal telefoonlijnen een vermeerdering van het aantal districten nodig was, vastgesteld op zes. De Ingenieurs-districten zijn: Amsterdam, ’s-Hertogenbosch, Zwolle, 's-Gravenhage, Utrecht en Groningen.

Tot het Ingenieursdistrict Groningen behoorden:

- de werken in de provincien Groningen en Friesland

- de werken in de provincie Drenthe, met uitzondering van die ten zuiden van de spoorweg Meppel-Hoogeveen, alsmede die gelegen in het zuid-oostelijk gedeelte van die provincie

- de werken in de provincie Overijssel langs de spoorweg Meppel-Leeuwarden

- de werken in de provincie Noordholland op de eilanden Vlieland en Terschelling.

 

Op 1-2-1912 werd het aantal Ingenieursdistricten vastgesteld op 7 door toevoeging van Vlissingen.

Op 1-7-1919 werd door toevoeging van Maastricht, het aantal Ingenieursdistricten vastgesteld op 8.

 

Vorming Telefoondistricten

Op 1-11-1931 vond de vorming plaats van de Telefoondistricten Leeuwarden, Hengelo, Deventer, Arnhem en Haarlem.

Opgeheven werden de ingenieursdistricten Amsterdam en Groningen.

De resterende ingenieursdistricten waren ’s-Gravenhage, ’s-Hertogenbosch, Maastricht, Utrecht, Vlissingen en Zwolle.

Het ingenieurdistrict Zwolle omvatte 4 secties±

1. Zwolle-west

                2. Zwolle-oost

                3. Groningen-zuid

                4. Groningen-noord

 

Op 1-11-1932 vond de vorming plaats van de telefoondistricten Alkmaar, Amsterdam, Breda en Utrecht.

Opgeheven werd ingenieursdistrict Utrecht.

De resterende ingenieursdistricten waren ’s-Hertogenbosch, Maastricht, Vlissingen en Zwolle.

 

Op 1-11-1933 vond de vorming plaats van de telefoondistricten Eindhoven, Venlo, ’s-Hertogenbosch en Maastricht.

Opgeheven werd de ingenieursdistricten ’s-Hertogenbosch en Maastricht.

De resterende ingenieurs districten waren ’s-Gravenhage, Vlissingen en Zwolle.

 

Op 1-8-1935 vond de vorming plaats van de telefoondistricten Groningen, ’s-Gravenhage, Rotterdam, Vlissingen en Zwolle.

Opgeheven werd de ingenieursdistricten ’s-Gravenhage, Vlissingen en Zwolle.

 

Het telefoondistrict Groningen omvatte 2 secties:

- Groningen–west

- Groningen-oost

 

Bij beschikking van de Directeurgeneraal der PTT van 27-8-1932 vond op 1-11-1932 de vorming plaats van de telefoondistricten Alkmaar, Amsterdam, Breda en Utrecht.

Opgeheven werd ingenieursdistrict Utrecht.

De resterende ingenieursdistricten waren ’s-Hertogenbosch, Maastrict, Vlissingen en Zwolle

 

Bij de beschikking van de Directeur Generaal vond op 1-11-1933 de vorming plaats van de telefoondistricten Eindhoven, Venlo, ’s-Hertogenbosch en Maastricht.

Opgeheven werd de ingenieursdistricten ’s-Hertogenbosch en Maastricht.

De resterende ingenieurs districten waren ’s-Gravenhage, Vlissingen en Zwolle.

 

Bij de beschikking van de Directeur Generaal der PTT vond op 1-8-1935 de vorming plaats van de telefoondistricten Groningen, ’s-Gravenhage, Rotterdam, Vlissingen en Zwolle.

Opgeheven werd de ingenieursdistricten ’s-Gravenhage, Vlissingen en Zwolle.

 

Deel 22

Het einde der particuliere telefoonexploitatie

 

Aangekondigde Rijksexploitatie van de particuliere telefoonnetten in de troonrede van 1911.

Enkele gegevens uit een artikel in Adtema (Administratief en Technisch Maandblad van den C.B. P.T.T. van 15-12-1923) geschreven door de Hr P.A. Enserink. Hcm b/h Hbs.  

1-1-1913      19 netten van de Ned. Bell-Telephoon-Mij aangekocht (o.a. Gn-Hgz en Vdm)

1-1-1916      overname van de 19 netten door het Rijk  (van 1-1-1913 tot 1-1-1916 voerde Bell de   exploitatie uit  voor het Rijk)

1-1-1919      10 netten van de Alg. Telephoon-Mij v/h Ribbink van Bork aangekocht

1-4-1920      net Gouda van de Goudsche Telephoon-Mij en net Zutphen van de Zutphense    Telephoon-Mij

1-7-1920      netten Tiel en Zeist van de Fa Gauverit en en de Kanter

1-1-1921      net Sneek van de Coöp. Telephoon vereniging Sneek

1-10-1921    net den Helder van de N.V. Alkmaarsche Telephoon-en Goederen besteldienst

1-10-1922    net Assen van de gemeente Assen

4- 2-1923    net Apeldoorn van de gemeente Apeldoorn

1- 1-1924     net Alkmaar van de N.V. Alkmaarsche Telephoon en Goederen besteldienst

15-3-1926    net Winschoten van de Winschoter Telephoon-Mij  

Voor 1-1-1924 nog overgenomen de netten
Lisse-Edam-Katwijk aan Zee-Kampen- Oldenzaal- Sliedrecht- Helmond- Venlo- Wageningen-Doesburg

Op 1-2-1924 nog 11 netten waarvan de expl. krachtens Rijksconcessie door gemeenten wordt verzorgd. (Amsterdam-Rotterdam-’s-Gravenhage- Arnhem-Enschede-Maastrict-Meppel-Purmerend-wijk bij Duurstede-Eindhoven en Woerden)

Overgenomen uit het Orgaan der Vereeniging van Electrotechnische Ambtenaren der Telegrafie (febr. 1924).

 

 

Geschiedenis